Als ik mijn favoriet Westvlaams woordje zou moeten verkiezen, wordt dit ongetwijfeld “stutten” (of boterhammen). Ik vind het zo’n geweldig smakelijk woord. En als je er nog een sappige Westvlaamse uitleg bij krijgt wat ze zoal op ‘under stutten’ doen, komt het water mij helemaal in mijn mond. Vorige woensdag ging ik wat cultuur opsnuiven in Watou. Zoals het een echte foodie betaamt, ging ik ook op zoek naar de echte lokale specialiteiten.

Tot mijn grote spijt waren de twee plaatselijke bakkers gesloten en kon ik enkel maar de beenhouwer…. De supervriendelijke man gaf mij vol overgave uitleg over zijn huisgemaakte paté (bereid met het plaatselijke Sint-Bernardusbier) en over zijn potjesvlees. Meer dan “Het is de echte originele met kip, konijn en kalfsvlees, madam” moest ik niet horen. Om al het plaatselijk lekkers mee te hebben, kocht ik ook een heerlijk stukje Watoukaas. Ik was content als een klein kind.

Als onderdeel van mijn brooddiner serveer ik Westvlaamse stutten met paté, potjesvlees, kaas met mosterd en uienconfituur en met een heerlijk Sint-Bernardus-biertje