Ook bij het ontbijt hou ik van het ‘authentieke’ en mag het voor mij af en toe een mastel zijn. Voor wie het typisch Oostvlaams streekproduct nog niet kent even wat geschiedenis…

De mastellen zouden zo’n 900 jaar geleden ontstaan zijn. In het klooster van de Karmelieten dat ondergronds in verbinding stond met het Gravensteen, bakten de Karmelieten dagelijks deze broodjes. Aan de vorm werd veel zorg besteed en alles werd op mandgrootte gemaakt.  De bisschop van het Kamerijk Aubertus maakte een heilige dag om het volk te beschermen.
Vandaar wordt de mastel ook Sint-Hubertusbrood genoemd (Sint-Hubertus is de patroonheilige van de jagers, 3 november). Die dag brachten de mensen hun mastellen mee naar de vroege mis en werden deze mastellen gezegend. Een gezegende mastel zou helpen tegen rabies (hondsdolheid).

Mastellen zijn typisch Oostvlaams, gekend van Gent tot de Denderstreek waar ze alles basisingrediënt gebruikt worden voor de Aalsterse vlaaien. Culinair kan je er verschillende kanten mee uit. Ik koop ze vaak als een ontbijtkoek en beleg ze met boter en jonge kaas. Je kan ze ook verwerken in desserts als vlaaien of toasten met boter en bruine suiker. Ze hebben een ronde vorm met een putje in het midden. Qua smaak geeft kaneel bij dit sandwichbroodje de doorslag.

Verkrijgbaar bij de meeste bakkers in Gent of in de Denderstreek.