Zolang ik mij herinner, houd ik van stoemp. Bij mijn grootmoeder maakte ik uitgebreid kennis met dit volkse gerecht. Ze maakte haar stoemp het liefst met prei, spinazie of wortelen. Tot de laatste druppel veegde ik telkens mijn bord schoon. Sindsdien is eigenlijk niets veranderd. Stoemp breng ik nog altijd met veel plezier en smaak op tafel. Het is en blijft een simpel en dankbaar gerecht dat nooit verveelt en bovendien een boeiend verhaal heeft….

Rijke, arme geschiedenis
De benaming ‘stoemp’ komt van het werkwoord stoempen,een dialectwoord voor stampen (in de betekenis van pletten). Stoemp is een typisch armemensengerecht. Het vindt waarschijnlijk zijn oorsprong in Nederland, de bakermat van de meest geschikte stoempaardappel, het bintje. In de volkskeuken waar de werkman ’s middags naar huis kwam om warm te eten, was stoemp iets wat dagelijks op het menu kwam. Vlees, aardappelen, groenten en vleessaus werden samen op één bord geserveerd en geplet. Stoemp was dus eerder een serveerwijze dan een echt gerecht.

Voor altijd hip
Naast een rijke geschiedenis heeft stoemp tegenwoordig ook een hippe kant. Dit is deels de verdienste van Albert Verdeyen. De Brusselse chef mag zich de ongekroonde koning van de stoemp noemen. Met zijn boekenreeks STOEMP is hij erin geslaagd om het gerecht letterlijk én figuurlijk meer op de kaart te zetten. Zo krijg je bij de horecaketen Balls ‘n Glory altijd een heerlijk smeuiige stoemp bij je gehaktbal geserveerd. Be My Stoemp maakte er zelfs een fast food-concept van. Ze stoppen stoemp met worst in een broodje en bieden zo een alternatief voor de klassieke hotdog aan.

Met internationale allure
De kans is groot als je in België een willekeurig café binnestapt dat je het aantreft op de kaart. Maar typisch Belgisch is stoemp niet. Landen met een rijke aardappelcultuur hebben elk hun eigen variant van stoemp. De Nederlanders noemen het stamppot, de Ieren hebben het over colcannon en de Basken beschouwen de trinxat als één van hun nationale gerechten. De Schotten stoppen graag meer variatie in het aardappelgerecht. Clapshot is hun stoemp met aardappelen (tatties), knolselder (neeps) en kool. Helemaal poëtisch worden de Engelsen met hun bubble & squeak. De restjes van het zondagse diner worden er gestampt en op maandagochtend gebakken in de pan.

Zo maak je het lekker thuis
Aardappelen vormen de basis van elke stoemp. Schil ze goed en snij ze in kleine blokjes en was ze na het schillen nogmaals. Voor de klassieke variant met gekookte groenten neem je evenveel aardappel als andere groente. Maak ze schoon en snij ze in even grote stukken als de aardappelen. Zet alles samen op met water en voeg een snuif zout bij. Kook de aardappelen en groente tot ze zacht zijn. Giet het water af en laat de aardappelen en de groente nadrogen op het vuur. Doe er dan een flinke klomp boter bij en stamp met een stamper of haal ze door een roerzeef. Bijkruiden kan met nootmuskaat, peper en zout.
Voor de ‘rauwe’ of modernere variant maak je eerst de aardappelpuree. De rauwe groenten en kruiden als peterselie, kervel, zurkel, spinazie, jonge andijvie of een mengsel van dit alles maak je ondertussen schoon. Meng het groentemengsel onder de warme aardappelpuree en laat nog even verhitten zodat de groenten wat garen.

Foto @Lekker van bij ons

Mosterd of pickles?
“Stoemp serveer je nooit niet alleen” zei mijn grootmoeder altijd. Ze nam het letterlijk en plaatste naast haar heerlijk dampende stamppot altijd mosterd en pickles op tafel. “Want een beetje pit in ’t leven mag nooit ontbreken” voegde ze er nog sappig aan toe. Maar voor haar was stoemp synoniem voor die heerlijke familiemomenten waarbij iedereen gezellig rond tafel verzamelde en zich à volonté bediende van een portie stoemp de Belgique. Een traditie om in ere te houden, niet?

Foto cover @ Leek & High Heels